Theo Treuen — plaatsvervanger van Joseph Smit
In MijnStreek staat een historische foto van Theo Treuen (pagina 6). De foto toont een lid van de leiding van de groep-Smit, niet Giebels zelf.
Bekijk de foto in de oorspronkelijke publicatie (p. 6) →Historisch documentatie- en onderzoeksplatform
Doorzoek oorspronkelijke bronnen over gevangenschap en vervolging tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Kies een dossier op nummer of persoonsnaam. Bij elk dossier vind je de originele bronnen, historische feiten en onderzoeksvragen. Links naar historische instellingen staan onderaan het menu.
Lees onze introductie en Mijn persoonlijke verhaal →
6 onderzoeksdossiers in de collectie
Bekijk alle dossiersZoek direct op een naam, kamp of nummer via het zoekveld hierboven.
SPOREN VAN GEVANGENSCHAP / DIGITAAL ARCHIEF
Zoek op een persoonsnaam, dossiernummer, kamp of plaats. Elk dossier bevat de oorspronkelijke documenten en een beschrijving van wat bekend is en wat nog onderzocht wordt.
Geen dossier gevonden. Probeer een andere naam, plaats of dossiernummer.
Bij nieuwe onderzoeksgegevens wordt een dossier aangevuld; oorspronkelijke historische afbeeldingen blijven ongewijzigd.
Kamp Vught was van 1943 tot 1944 een concentratiekamp in Nederland. In dit archief zijn persoonlijke verhalen en originele documenten uit jouw collectie opgenomen.
Archief: Kampen › Kamp Vught
De brief uit Concentratiekamp ’s-Hertogenbosch is gedateerd 16 april 1943. Stouten bedankt voor eerder ontvangen post en schrijft dat hij een volgende brief graag op tijd wil ontvangen.
Hij vraagt concreet om twee handdoeken, twee washandjes, vier zakdoeken en sokhouders. Ook noemt hij kleine benodigdheden zoals naald en draad. Daarnaast vraagt hij naar familieleden en bekenden en informeert hij hoe het thuis gaat.
Stouten schrijft over het ontvangen en versturen van brieven en stelt vragen over wat de geadresseerden nog kunnen doen. Hij vraagt ook naar kinderen en naar hun bezigheden. De adreszijde vermeldt P.J.J. Stouten, Dorpsstraat 15b in Nieuwveen. Sommige korte passages zijn moeilijk te ontcijferen en worden daarom niet letterlijk geciteerd.
De voorgedrukte kampvoorschriften staan maximaal twee brieven of briefkaarten per maand toe en verbieden onder meer geld, foto’s en ander materiaal in de correspondentie. De brief draagt kenmerken van controle en censuur.
Persoonsonderzoek: een bevolkingsregister noemt zowel Theodorus Joannes Jacobus Stouten, geboren op 1 december 1874 te Nieuwveen, als zijn gelijknamige zoon, geboren op 18 juni 1919 te Bergen op Zoom. De registratie toont een familieverband, maar er is nog geen rechtstreekse archiefkoppeling met gevangenenummer 1192. Bekijk de bevolkingsregistratie
Originele gevangenenbrieven uit Kamp Amersfoort en een documentenset met correspondentie uit 1945. De identiteit en historische samenhang worden per dossier zorgvuldig onderzocht.
Archief: Kampen › Kamp Amersfoort
De brief is gedateerd 7 januari 1942 en staat op papier van het Polizeiliches Durchgangslager Amersfoort. Stouten heeft zijn naam, het gevangenenummer 1192 en een blokvermelding ingevuld.
Hij richt zich tot mensen thuis en vraagt naar het contact met de buitenwereld. In de handgeschreven tekst komen vragen over berichten, personen en omstandigheden voor. Enkele zinnen zijn licht en beschadigd, waardoor de exacte bewoording niet overal met zekerheid is vast te stellen.
Op het formulier staat nadrukkelijk dat pakketten verboden waren en dat geld slechts binnen gestelde grenzen kon worden toegezonden. De brief moest regel voor regel op het voorgedrukte papier worden geschreven. Dat maakt de beperkingen waaronder hij contact hield direct zichtbaar.
Persoonsonderzoek: een bevolkingsregister noemt zowel Theodorus Joannes Jacobus Stouten, geboren op 1 december 1874 te Nieuwveen, als zijn gelijknamige zoon, geboren op 18 juni 1919 te Bergen op Zoom. De registratie toont een familieverband, maar er is nog geen rechtstreekse archiefkoppeling met gevangenenummer 1192. Bekijk de bevolkingsregistratie
Een originele gevangenenbrief uit Kamp Amersfoort op officieel voorgedrukt papier. Op het document zijn onder meer een gevangenenummer en een blokvermelding te zien. Over de identiteit van de schrijver is een archiefaanvraag gedaan.
Persoonsidentificatie nog niet bevestigd; er worden geen onbewezen biografische gegevens gepubliceerd.
Het gevangenisarchief bevat onder andere een persoonlijke brief uit het Oranjehotel in Scheveningen.
Archief › SVG-0004 › Brief Huis van Bewaring Groningen
Brief uit het Huis van Bewaring te Groningen — 2 oktober 1942
In deze brief van 2 oktober 1942 reageert A. Baartman vanuit het Huis van Bewaring te Groningen op een schrijven van 23 september. Hij schrijft over zijn meubilair, dat volgens hem door verkoop of opnieuw in gebruik nemen beschikbaar zou kunnen blijven voor zijn gezin. Hij stelt dat hem door de aangeduide instantie geen toestemming is gegeven om een eerder opgesteld contract te ondertekenen. Daardoor is voor hem onduidelijk wat er met het meubilair zal gebeuren.
Baartman benadrukt dat de huisraad van groot belang is voor het levensonderhoud van zijn vrouw en gezin zolang hij gevangen zit. Hij noemt financiële eisen van zijn vader en bespreekt een mogelijke vergoeding in verband met de meubels. Ook stelt hij dat zijn schoonvader de financiële lasten van zijn gezin draagt, terwijl een andere betrokkene volgens hem niet bereid is daaraan op dezelfde manier bij te dragen. Zijn betoog bevat een zakelijk conflict én een dringend verzoek om bescherming van de belangen van zijn vrouw.
Op de tweede pagina vraagt hij de ontvanger de kwestie persoonlijk te behandelen of hem voldoende handelingsvrijheid te geven. Hij wil dat de betrokkenen de zaak dringend afwikkelen en dat meerdere meubelstukken bij voortduring veilig bij zijn vrouw kunnen blijven, met een rechtsgeldige regeling voor het bezit en gebruik.
Vervolgens verzoekt hij of de heer J. C. Kromhout van der Meer, Pelsterweg 77a in Assen (naam en adres nog te controleren op het handschrift), zo nodig als zaakwaarnemer kan optreden zolang hij zelf niet vrij over zijn zaken kan beslissen. Hij wil daarmee zekerstellen dat zijn vrouw niet zonder rechtskundige vertegenwoordiging komt te staan. Aan het einde verklaart hij dat hij deze kwestie, die volgens hem indirect verband houdt met de zaak waarvoor hij vastzit, belangrijk vindt voor de bestaanszekerheid van zijn gezin.
De tweede pagina eindigt met de handgeschreven ondertekening A. Baartman. De brief vertelt uitvoerig over de persoonlijke en financiële gevolgen van zijn gevangenschap, maar maakt niet duidelijk waarvoor hij precies was aangehouden of veroordeeld.
SVG-0004: één brief van A. Baartman, gedateerd Groningen, 2 oktober 1942, op voorgedrukt papier van het Huis van Bewaring. De brief bestaat uit twee pagina’s met vervolgtekst; op pagina twee staat zijn handgeschreven ondertekening. Beide originele bladzijden zijn opgenomen.
Het Huis van Bewaring te Groningen was een detentielocatie. De brief dateert uit de Duitse bezetting. De vermelding van de instelling bewijst op zichzelf niet waarom de schrijver gedetineerd was; dat vergt onderzoek in persoons- en gevangenisarchieven.
Deze beschrijving is opgesteld op basis van de eerste beschikbare foto. De naam A. Baartman is bevestigd door de collectiehouder. Sommige passages zijn moeilijk leesbaar; de volledige persoonsidentiteit is nog niet onafhankelijk bevestigd. De originele opname wordt zonder ingrepen in de historische tekst weergegeven.
In het Nationaal Archief is een vermelding gevonden van Baartman, A. in archief 2.09.06, Ministerie van Justitie te Londen, inventarisnummer 5657, in een dossier dat meerdere namen bevat en de jaren 1943–1944 bestrijkt. De vermelding is een mogelijke onderzoeksaanknoping, maar uit de online inventaris blijkt niet dat dit dezelfde persoon is als de schrijver van deze brief uit Groningen van 2 oktober 1942.
Voor een betrouwbare identificatie moeten onder meer de volledige voornaam, detentiereden, registratie van het Huis van Bewaring en eventuele correspondentie over zijn gezin worden vergeleken met die archiefstukken.
Bron: Nationaal Archief, archief 2.09.06, inventarisnummer 5657.
Bronstatus: de brief en de vermelding in de inventaris zijn afzonderlijk vastgesteld; dat beide over dezelfde A. Baartman gaan is nog niet bewezen.
Onder dit thema verzamelen we originele documenten over de bezetting, onderdrukking, persoonlijke waarnemingen en vervolging. Het oorlogsdagboekje uit 1942 is het eerste beschreven dossier.
Archief: Vervolging
Oorlogsnotities, deportatielijsten en bezettingsgebeurtenissen
Externe achtergrondinformatie; geen bevestiging van de identiteit van de schrijver.
SVG-0003 omvat gedateerde, persoonlijke dagboeknotities uit januari en februari 1942 en daarnaast handgeschreven lijsten en bijgevoegde stukken. De dagboekschrijver noteert gebeurtenissen en geruchten over de Duitse bezetting, NSB, schietincidenten, vliegtuigen, voedselgebrek en het dagelijks leven. Elders worden personen genoemd met aanduidingen van wegvoering en mogelijke bestemmingen, waaronder Polen, Duitsland, Dresden en Scheveningen. Op een van de lijsten staat het opschrift dat als ‘Gedeporteerd’ wordt gelezen. Dat maakt de lijsten van betekenis voor nader onderzoek naar vervolging en wegvoering. Het is nog niet vastgesteld of alle stukken van dezelfde hand zijn, of alle genoemde gebeurtenissen daadwerkelijk hebben plaatsgevonden en wie de betrokken personen waren.
De collectiehouder identificeert Johannes Hendriksen Groot als schrijver van de oorlogsnotities en wijst daarbij op de naam op het bijgevoegde handgeschreven etiket. Deze naam is daarom als dossiertitel en auteur opgenomen. Een onafhankelijk persoonsregister dat deze identificatie bevestigt is nog niet gevonden; ook blijft de relatie tussen alle losse bijlagen onderwerp van onderzoek. Bron: origineel etiket en identificatie door de collectiehouder.
Vastgelegd in de documenten. Op de handgeschreven lijsten komen namen voor naast aanduidingen als ‘vd. weg’ en plaatsnamen of mogelijke bestemmingen, onder andere Polen, Duitsland, Dresden en Scheveningen. Een afzonderlijk opschrift wordt gelezen als ‘Gedeporteerd’. De lijsten zijn daarmee méér dan een adresboekje: ze bevatten vermoedelijk informatie die de schrijver over afwezige, overgebrachte of gedeporteerde personen verzamelde. De exacte betekenis van iedere regel moet nog afzonderlijk worden vastgesteld. Een bestemming als Scheveningen kan bijvoorbeeld op detentie of overbrenging naar een gevangenis duiden en betekent niet automatisch deportatie naar een concentratiekamp.
Voorlopige naamlezingen. Op de lijsten lijken onder meer Jan Geel, Leo Gitroen, Janne Kaart, Els de Groot en Abraham Kessler te staan. Deze lezingen zijn onzeker en betreffen geen bewezen persoonsidentificaties. Vooralsnog is geen individuele vermelding overtuigend gekoppeld aan een onafhankelijke persoons- of deportatieregistratie. De collectiehouder identificeert Johannes Hendriksen Groot als de schrijver; een onafhankelijke bevestiging daarvan is nog niet gevonden.
Dagboeknotities in 1942. De gedateerde bladzijden behandelen naast alledaagse gebeurtenissen ook schaarste, oorlogshandelingen, meldingen over doodgeschoten mensen, Duitse militairen en de NSB. Er worden onder meer notities gelezen bij 9 en 25 januari en 4, 5, 12 en 13 februari 1942. Het schrift bevat ook persoonlijke verwijzingen naar ‘papa’ en ‘mama’ en eenvoudige tekeningen. De precieze teksten en data moeten per bladzijde worden nagelezen; een vermelding in het dagboek is een bron voor wat de schrijver toen noteerde, niet automatisch bewijs dat het voorval feitelijk zo plaatsvond.
Vermelding van geweld tegen Joodse winkels. Een aantekening wordt gelezen als ‘5 joodse winkels in brand gestoken en geplunderd’. Op of bij diezelfde reeks notities komen verwijzingen naar een NSB-gebouw en een haven voor. Het betreft een ernstig historisch bericht, maar plaats, datum, betrokkenen en onafhankelijke bevestiging ontbreken. We presenteren dit dus als een vermelding in het originele document, niet als een reeds geïdentificeerde gebeurtenis.
Herkomst en auteurschap. Er is nog niet aangetoond dat de persoonslijsten, het gedateerde dagboek, de losse foto, de Remagen-schets en andere bijlagen allemaal door dezelfde persoon of in dezelfde periode zijn vervaardigd. De schrijfstijl in de dagelijkse notities kan op een jonge schrijver wijzen, maar leeftijd en beroep zijn niet vastgesteld. De veronderstelling dat de maker een politieagent was, is niet bevestigd.
Historische context. De systematische deportatie van Joden uit Nederland begon in juli 1942, doorgaans via Westerbork. De bestemmingsvermeldingen in deze verzameling kunnen in deze bredere geschiedenis passen, maar vormen op zichzelf geen bewijs van de identiteit of het lot van afzonderlijke personen.
Vervolgonderzoek. Namen per regel diplomatisch transcriberen; schrijfvarianten vergelijken met het Digitaal Joods Monument en Oorlogsbronnen; bestemmingen en eventuele transportdata toetsen aan primaire kamp- en gevangenisregisters; de melding van de vijf winkels vergelijken met tijdgebonden lokale bronnen; en de onderlinge herkomst van dagboek en bijlagen bepalen.
Bronstatus. De foto's van de oorspronkelijke stukken in SVG-0003 zijn de primaire bron. Historische context kan worden geraadpleegd bij Digitaal Joods Monument, Oorlogsbronnen en NIOD. Deze verwijzingen zijn onderzoeksingangen en gelden niet als bevestiging van de voorlopige naamlezingen.
Herkomst, auteur en mogelijke betrokken personen worden verder onderzocht.
Persoonlijke oorlogsnotities zijn waardevolle egodocumenten: ze leggen vast wat een schrijver zag, hoorde of op dat moment geloofde. Genoemde geruchten of berichten over gebeurtenissen zijn daarmee nog niet afzonderlijk bevestigd.
De originele documenten en hun afbeeldingen zijn de primaire bronnen. Beschrijvingen geven alleen weer wat op de stukken leesbaar is; moeilijk leesbare tekst wordt niet als letterlijk citaat gepresenteerd. Algemene historische achtergrond bewijst niet de identiteit of levensloop van een genoemde persoon. De herkomstrelatie tussen de bijlagen is nog niet vastgesteld.
Hier komen afzonderlijke persoonsdossiers zodra de identiteit van de betrokken gevangenen voldoende betrouwbaar is bevestigd. Bij iedere persoon wordt naar de bijbehorende brieven en kampregistraties verwezen.
Fotomateriaal bij de bewaarde oorspronkelijke documenten, waaronder de losse historische foto bij het oorlogsdagboek.
Hier komen voorwerpen, documenten en bijbehorende contextinformatie uit de collectie. Beschrijvingen blijven gescheiden van onbewezen toeschrijvingen.
Kamp Vught, officieel Konzentrationslager Herzogenbusch, was tussen 1943 en 1944 in gebruik. Onder de gevangenen bevonden zich Joden, politieke gevangenen en verzetsmensen. Deze pagina wordt uitgebreid met achtergrondbronnen en verwijzingen naar jouw eigen collectie.
Sporen van Gevangenschap is een digitaal collectiearchief voor originele oorlogsdocumenten, brieven, foto’s en persoonlijke verhalen. De herkomst en historische feiten worden zorgvuldig vermeld, inclusief eventuele onzekerheden.
Archief: Kampen › Kamp Amersfoort
Externe achtergrondinformatie; geen bevestiging van de identiteit van de schrijver.
De brief van 1 juni 1942 is geschreven op voorgedrukt papier van Kamp Amersfoort. De schrijver richt zich tot mensen buiten het kamp en vraagt onder meer naar nieuws en persoonlijke zaken. De gedrukte kampregels beperken wat een gevangene mocht versturen of ontvangen. De brief is voorzien van een censuurvermelding. De handgeschreven tekst is op delen moeilijk te lezen; daarom geven we hier de inhoud weer en geen verzonnen letterlijke transcriptie.
Deze historische luchtfoto’s tonen deze luchtfoto’s het kampterrein in de oorlogsjaren. Het zijn contextbeelden, geen foto’s van Giebels of groep-Smit.


Deze twee externe historische foto’s vereisen een internetverbinding. De originele kampbrieven zijn in dit bestand ingebed en blijven offline zichtbaar.
Kamp Amersfoort was tijdens de Duitse bezetting een doorgangs- en strafkamp. De voorgedrukte briefvoorschriften en censuur op dit document laten zien dat gevangenen beperkt contact met de buitenwereld konden onderhouden. De achtergrond van groep-Smit wordt verderop in dit dossier afzonderlijk beschreven.
De originele documenten en hun afbeeldingen zijn de primaire bronnen. Beschrijvingen geven alleen weer wat op de stukken leesbaar is; moeilijk leesbare tekst wordt niet als letterlijk citaat gepresenteerd. Algemene historische achtergrond bewijst niet de identiteit of levensloop van een genoemde persoon. De koppeling met de historicus bekende persoon Giebels en de geboorteplaats vragen aanvullende broncontrole.
| Volledige naam | Joseph Mathis Renier Giebels |
|---|---|
| Geboren | 6 september 1909 |
| Geboorteplaats | Linne — genoemd bij de oorlogsherdenking; als geboorteplaats nog niet bevestigd. |
| Woonplaats bij arrestatie | Brunssum |
| Beroep | Onderwijzer |
| Verzetsverband | Groep-Smit, Zuid-Limburg (genoemd in de arrestatielijst in Het verborgen front) |
| Gearresteerd | 17 februari 1942 |
| Vermelde straf | Tuchthuisstraf |
| Overgebracht naar Bergen-Belsen | De exacte datum en tussenliggende detentielocaties zijn nog niet vastgesteld. |
| Overleden | 5 april 1944, Bergen-Belsen (34 jaar) |
Verloop: de arrestatielijst in Het verborgen front vermeldt Giebels als onderwijzer uit Brunssum, gearresteerd op 17 februari 1942 in verband met groep-Smit. De lijst vermeldt tuchthuisstraf en zijn overlijden in Bergen-Belsen op 5 april 1944. Een precieze transportdatum naar Bergen-Belsen staat niet in de gevonden gegevens.
De groep-Smit was een vroege verzetsorganisatie rond de oud-militair Sef Smit uit Heerlen. Zij was vooral actief in de Zuid-Limburgse Mijnstreek. Leden verspreidden illegale verzetskrantjes en verzamelden informatie over de Duitse bezetter. Ook brachten zij wapens, munitie en explosieven bijeen. De groep bereidde sabotage voor, onder meer tegen Duits militair spoorvervoer. Volgens de historische overzichten werden de voorbereide sabotageacties niet uitgevoerd voordat de groep werd opgerold.
Begin februari 1942 werd de organisatie door verraad getroffen. De Duitse Sicherheitspolizei begon op 2 februari 1942 een arrestatiegolf waarbij in de daaropvolgende weken bijna veertig betrokkenen werden opgepakt. Joseph Mathis Renier Giebels wordt in de arrestatielijst van groep-Smit vermeld met de arrestatiedatum 17 februari 1942. Zijn arrestatie houdt volgens deze bron verband met de verzetsgroep. Welke concrete activiteit van Giebels de aanleiding vormde en waarvan hij precies werd beschuldigd, staat niet vast in de geraadpleegde gegevens. De werkzaamheden van de groep mogen daarom niet zonder meer als zijn persoonlijke daden worden gepresenteerd.
Bronnen: 75 Jaar Vrijheid — Limburg, tijdlijn 1942; Het verborgen front — bijlage ‘Arrestaties in de groep-Smit’.
Wat weten we over Giebels' persoonlijke verzetswerk? In MijnStreek (2019, nr. 3, pagina 6) wordt onderwijzer Giebels uit Brunssum uitdrukkelijk genoemd als een van de mensen die foto's van het Nederlandse vorstenhuis maakten en verspreidden. De groep verkocht dergelijke foto's; de opbrengst werd volgens de publicatie gebruikt voor wapens en munitie voor de Ordedienst in Heerlen.
In MijnStreek staat een historische foto van Theo Treuen (pagina 6). De foto toont een lid van de leiding van de groep-Smit, niet Giebels zelf.
Bekijk de foto in de oorspronkelijke publicatie (p. 6) →Het artikel Een verraderlijke geschiedenis uit Heerlen beschrijft de oprichting, de verspreiding van illegale lectuur en koningshuisfoto's, de bewapening en het oprollen van de verzetsgroep.
Lees het geïllustreerde onderzoek in MijnStreek →Een Voerendaalse historische documentatiepagina beschrijft originele afscheidsbrieven van Treuen, geschreven op de dag van zijn executie. Dit zijn andere documenten dan de brief van Giebels in de collectie.
Bekijk de bronpagina met de brieven →De bijlage over arrestaties in groep-Smit is een belangrijke bron voor de historische vermelding van Giebels en de arrestatiegolf van 1942.
Raadpleeg Het verborgen front →Bronnen: Het verborgen front, bijlage V: ‘Arrestaties in de groep-Smit’; oorlogsmonumentenregister; namenlijst omgekomen verzetsstrijders.
Externe achtergrondinformatie; geen bevestiging van de identiteit van de schrijver.
Een historisch bevolkingsregister uit Bergen op Zoom bevat twee personen met de volledige naam Theodorus Joannes Jacobus Stouten: de vader (geboren 1 december 1874 in Nieuwveen, beroep boekhouder) en een zoon (geboren 18 juni 1919 in Bergen op Zoom). Zij behoren tot hetzelfde gezin. Of een van hen de schrijver van deze twee brieven is, kunnen we nog niet aantonen. Ook een arrestatiereden en gegevens over de overplaatsing tussen Amersfoort en Vught zijn nog niet bevestigd.
Bevolkingsregister Bergen op Zoom (bron)De brief is gedateerd 7 januari 1942 en staat op papier van het Polizeiliches Durchgangslager Amersfoort. Stouten heeft zijn naam, het gevangenenummer 1192 en een blokvermelding ingevuld.
Hij richt zich tot mensen thuis en vraagt naar het contact met de buitenwereld. In de handgeschreven tekst komen vragen over berichten, personen en omstandigheden voor. Enkele zinnen zijn licht en beschadigd, waardoor de exacte bewoording niet overal met zekerheid is vast te stellen.
Op het formulier staat nadrukkelijk dat pakketten verboden waren en dat geld slechts binnen gestelde grenzen kon worden toegezonden. De brief moest regel voor regel op het voorgedrukte papier worden geschreven. Dat maakt de beperkingen waaronder hij contact hield direct zichtbaar.
De brief uit Concentratiekamp ’s-Hertogenbosch is gedateerd 16 april 1943. Stouten bedankt voor eerder ontvangen post en schrijft dat hij een volgende brief graag op tijd wil ontvangen.
Hij vraagt concreet om twee handdoeken, twee washandjes, vier zakdoeken en sokhouders. Ook noemt hij kleine benodigdheden zoals naald en draad. Daarnaast vraagt hij naar familieleden en bekenden en informeert hij hoe het thuis gaat.
Stouten schrijft over het ontvangen en versturen van brieven en stelt vragen over wat de geadresseerden nog kunnen doen. Hij vraagt ook naar kinderen en naar hun bezigheden. De adreszijde vermeldt P.J.J. Stouten, Dorpsstraat 15b in Nieuwveen. Sommige korte passages zijn moeilijk te ontcijferen en worden daarom niet letterlijk geciteerd.
De voorgedrukte kampvoorschriften staan maximaal twee brieven of briefkaarten per maand toe en verbieden onder meer geld, foto’s en ander materiaal in de correspondentie. De brief draagt kenmerken van controle en censuur.
Kamp Amersfoort en Kamp Vught waren verschillende detentielocaties onder het Duitse bezettingsregime. De gedrukte briefregels, censuur en het verzoek om gebruiksvoorwerpen in de Vught-brief tonen welke beperkingen het contact met thuis kende. De aanwezigheid van twee brieven bewijst op zichzelf geen exacte overplaatsingsroute.
De originele documenten en hun afbeeldingen zijn de primaire bronnen. Beschrijvingen geven alleen weer wat op de stukken leesbaar is; moeilijk leesbare tekst wordt niet als letterlijk citaat gepresenteerd. Algemene historische achtergrond bewijst niet de identiteit of levensloop van een genoemde persoon. Een gedeelde naam of een identiek nummer is hier geen zelfstandig bewijs van identiteit of overplaatsing.
Gevangenenbrief vanuit Scheveningen, 21 juli 1943. Eén brief, bestaande uit twee beschreven bladzijden, met afzonderlijke aanheffen aan zijn moeder en aan Janny.
Eén bewaard document van Piet Boyenk, met twee beschreven bladzijden. De eerste bladzijde richt hij aan zijn moeder, de tweede aan Janny. Hieronder volgt een nauwkeurige inhoudsbeschrijving op basis van de originele foto's; geen letterlijke transcriptie.
Piet opent met de vraag hoe het met zijn moeder gaat. Hij laat weten dat het met hem nog altijd goed gaat en dat hij gezond is. Hij schrijft dat hij haar tweede brief heeft ontvangen en blij was met het bericht. Hij heeft zelf weinig nieuws en zegt dat hij rustig afwacht. Verder vraagt hij of Janny kennis heeft gemaakt met Annie, of zijn moeder al ergens op bezoek is geweest en of een aanvraag al is gedaan. Hij verzoekt zijn moeder enkele kleine velletjes schrijfpapier per brief op te sturen: hij heeft dit nodig om terug te kunnen schrijven. Ook informeert hij of de familie nog iets heeft gehoord en vraagt hij of er opnieuw bericht kan worden gestuurd. Aan het slot bedankt hij zijn moeder, wenst hij haar het beste en doet hij de groeten aan iedereen. Onder de hoofdtekst staat nog een kort bericht in afwijkend handschrift, waarvan niet alle woorden met zekerheid te lezen zijn.
Met de aanhef ‘Beste Janny’ vraagt Piet hoe het met haar gaat en of alles goed is. Hij vertelt dat hij graag persoonlijk een brief van haar had ontvangen en dat hij het jammer vindt dat zij niet zelf heeft geschreven. Hij informeert of zij een goede vakantie heeft gehad en hoe het met anderen gaat. Vervolgens schrijft hij dat hij op dit moment nog moet blijven, maar hoopt spoedig naar huis te mogen. Hij vraagt Janny om een langere brief en om daarin ook de vragen uit zijn eerdere brief te beantwoorden. Piet heeft verder weinig nieuws. Hij sluit af met groeten aan de familie en aan alle bekenden, en ondertekent met ‘Piet’.
Bronkritische aantekening: de spelling van enkele namen en korte zinsdelen is in het handschrift onzeker. De bovenstaande tekst geeft de strekking weer; twijfelachtige passages zijn niet als vaststaande citaten weergegeven. De oorspronkelijke afbeeldingen zijn ongewijzigd.
SVG-0006: één brief van P.D. Boyenk (Piet), gedateerd 21 juli 1943, geschreven op officieel briefpapier van het Deutsches Polizeigefängnis in Den Haag. Twee beschreven bladzijden zijn in dit dossier opgenomen.
Volgens het eerder geraadpleegde digitale Namenregister van het Oranjehotel was Pieter Dirk Boyenk geboren op 26 april 1918 in Den Haag en overleden op 10 december 1975 in Ede. De brief zelf noemt de initialen P.D. Boyenk, cel 346 en de datum 21 juli 1943, en is ondertekend met Piet.
Wat waren zijn exacte arrestatie- en vrijlatingsdata? Welke documenten bevestigen de precieze reden van zijn detentie? Wie waren Janny en de overige genoemde bekenden? Zijn er aanvullende brieven van hem bekend?
De Scheveningse gevangenis werd tijdens de Duitse bezetting gebruikt als gevangenis voor onder meer politieke gevangenen. Het zogenoemde Oranjehotel is tegenwoordig een nationaal herinneringscentrum. Op de brief staan Duitse voorschriften voor gevangenencorrespondentie.
De twee originele foto’s zijn ongewijzigd opgenomen. De briefinhoud is samengevat op grond van de zichtbare handgeschreven tekst; dit is geen woordelijke transcriptie. De identificatie met Pieter Dirk Boyenk is gebaseerd op de combinatie van de naam op het stuk, cel 346 en eerder gevonden externe historische bronnen. Details over detentie en levensloop die niet op de brief staan, zijn afzonderlijk als externe gegevens aangeduid.
Externe achtergrondinformatie; geen bevestiging van de identiteit van de schrijver.
De schrijver richt zich tot zijn vader, vraagt hoe het thuis gaat en schrijft dat hij zijn familie mist. Hij vertelt dat zijn bestaan in het kamp voornamelijk bestaat uit slapen, eten en leven. Hij verwijst naar zijn verjaardag, vraagt of er nog nieuws van thuis is en laat blijken dat hij graag contact wil houden. De laatste regels zijn door het zwakke potloodschrift en de beschadiging minder goed te lezen. Op de adreszijde staan het officiële briefpapier van het Polizeiliches Durchgangslager Amersfoort, de naam Spickman, blok 4, nummer 8313 en een adres in Utrecht. Er is ook een voorgedrukte aanduiding voor censuur.
De persoonsbewijzen en de naoorlogse brieven zijn samen met de kampbrief bewaard. Dat is waardevolle collectiecontext, maar bewijst op zichzelf geen familieband of dat alle documenten over één persoon gaan.
Dit zijn geen brieven, maar twee persoonsbewijzen uit Utrecht. Ze tonen onder andere de naam, geboortedatum, pasfoto, vingerafdrukken, stempel van de gemeente en officiële zegels. Op het ene persoonsbewijs is de naam Maria Elisabeth Reijers en de geboortedatum 7 maart 1924 leesbaar. Op het andere staat de naam Spickman. De stukken maken samen deel uit van de collectie, maar de precieze onderlinge familieband blijkt niet uit de bewijzen zelf.
In de brief van 23 mei 1945 schrijft de afzender aan Johan over het ontvangen van zijn brief en de opluchting dat er weer nieuws van hem is. De schrijver heeft uitgekeken naar berichten en probeert duidelijkheid te krijgen over zijn verblijf en wat hij heeft meegemaakt. Ook worden eerdere brieven, de mogelijkheid dat post verloren is gegaan en familieleden van wie nog niet alles bekend is genoemd. Het stuk laat zien dat er na de bevrijding nog onzekerheid bestond over de verblijfplaats en het welzijn van bekenden. Een aantal namen en zinsdelen is moeilijk te ontcijferen; die zijn hier niet letterlijk overgenomen.
De brief van 26 mei 1945 begint met een persoonlijke aanspreking van Johan. De schrijver vertelt hoe blij men was met het bericht dat Johan weer in Nederland was. Er wordt gevraagd of hij nog in Duitsland is geweest of daar heeft vastgezeten, en waarom sommige berichten niet zijn aangekomen. De schrijver vermeldt dat er al brieven waren verzonden en vraagt of Johan die ontvangen heeft. Ook komen familieleden ter sprake van wie men nog geen nieuws heeft en de hoop om elkaar weer te zien. De brief is daarmee vooral een verslag van het moeizame contact en de zorgen in de eerste weken na de bevrijding.
De in juni 1945 geschreven brief gaat verder over het ontvangen van post, het uitblijven van berichten en de situatie van Johan en anderen in de naoorlogse weken. De schrijver reageert op wat Johan over zijn ervaringen heeft verteld en vraagt naar mensen van wie men nog niet weet waar ze zijn. Verder wordt geschreven over het dagelijkse leven, werk, bezoek en plannen om elkaar weer te zien. De brief is persoonlijk van toon: naast vragen en zorgen worden ook gewone gebeurtenissen van de dag beschreven. Waar de tekst niet goed te lezen is, blijft de beschrijving beperkt tot de herkenbare passages.
De briefkaarten zijn geadresseerd aan de heer J.P. Spickman in het Noordziekenhuis, Veemstraat 72 in Enschede. De afzender uit Utrecht, met de naam M.E. Weijers/Reijers zoals die op de kaarten voorkomt, vraagt hoe het met hem gaat en hoopt dat hij weer naar huis mag. Er wordt geschreven over zijn ziekenhuisverblijf, ontvangen kaarten en brieven, bezoek, werk en dagelijkse bezigheden. Op een kaart wordt onder meer verteld over veranderingen op het werk en de bezigheden rond voedsel en huishouden. De fotobriefkaart toont een vrouw bij een brievenbus: dat is een afbeelding op de kaart en geen bewijs dat zij de geliefde van de ontvanger is. De kaarten geven zo verschillende kleine berichten uit het dagelijks leven in 1945.
Dit dossier ontsluit originele documenten uit de collectie Sporen van Gevangenschap. Het onderscheidt gegevens die rechtstreeks op de stukken staan van historische achtergrondinformatie en vragen die nog nader onderzoek vragen.
Rechtstreeks uit de kampbrief: de naam J. Spickman, het kamp Amersfoort, gevangenenummer 8313 en blok 4. Het originele nummer is overgenomen uit de foto; er is niets aan de cijfers gereconstrueerd.
Rechtstreeks uit de kaarten: een geadresseerde J.P. Spickman in het Noordziekenhuis, Veemstraat 72, Enschede. De brieven uit mei en juni 1945 bevatten correspondentie rond Johan en het naoorlogse contact.
Nog niet vastgesteld: de volledige identiteit en levensloop van J. Spickman; of J. Spickman uit de kampbrief en J.P. Spickman op de kaarten dezelfde persoon zijn; de relatie tussen alle correspondenten; de precieze datum van de kampbrief en het verloop van de gevangenschap.
| Onderdeel | Datering | Beschrijving en status |
|---|---|---|
| Kampbrief met adreszijde | Onzeker | J. Spickman; Kamp Amersfoort; nr. 8313, blok 4. Origineel getoond; gedeeltelijk moeilijk leesbaar. |
| Twee persoonsbewijzen | Oorlogsjaren | Waaronder Maria Elisabeth Reijers (7 maart 1924); onderlinge familierelatie nog te onderzoeken. |
| Brief aan Johan | 23 mei 1945 | Persoonlijke correspondentie na de bevrijding; uitgebreide inhoudsbeschrijving hierboven. |
| Brief aan Johan | 26 mei 1945 | Berichten over terugkeer, contacten en onzekere lotgevallen. |
| Brief uit juni | 3 juni 1945 | Vervolg van naoorlogse correspondentie. |
| Briefkaarten | Nog te bepalen | Aan J.P. Spickman, Noordziekenhuis Enschede; gezondheid, post en dagelijks leven. |
Het Polizeiliches Durchgangslager Amersfoort was een Duits doorgangs- en concentratiekamp. Het Nationaal Monument Kamp Amersfoort doet doorlopend onderzoek naar gevangenen en gebeurtenissen. De oorspronkelijke kampadministratie is aan het einde van de oorlog grotendeels vernietigd; identificatie moet daarom vaak worden opgebouwd uit meerdere onafhankelijke bronnen. Deze algemene geschiedenis bewijst op zichzelf niets over de individuele levensloop van Spickman.
Primaire bronnen: de originele documenten en afbeeldingen in dit dossier; afzonderlijke transcripties zijn nog niet voor alle stukken beschikbaar.
Onderzoeksprincipe: de foto's blijven het primaire bewijs. Onzekere lezingen, interpretaties en mogelijke persoonsverbanden worden niet als vaststaand feit gepresenteerd. Aanvullende vondsten kunnen later met herkomstvermelding aan dit dossier worden toegevoegd.
De inhoud is per document beschreven. Waar de leesbaarheid tekortschiet, zijn geen woorden of persoonlijke relaties ingevuld.
De originele documenten en hun afbeeldingen zijn de primaire bronnen. Beschrijvingen geven alleen weer wat op de stukken leesbaar is; moeilijk leesbare tekst wordt niet als letterlijk citaat gepresenteerd. Algemene historische achtergrond bewijst niet de identiteit of levensloop van een genoemde persoon. Identiteit van de schrijver met gevangenennummer 8313 en de geadresseerde J.P. Spickman in Enschede mag pas na onafhankelijk onderzoek worden gelijkgesteld.
Voor deze locatie is nog geen collectiedossier toegevoegd.
Voor deze locatie is nog geen collectiedossier toegevoegd.
Voor deze locatie is nog geen collectiedossier toegevoegd.
Voor deze locatie is nog geen collectiedossier toegevoegd.
Voor deze locatie is nog geen collectiedossier toegevoegd.
Voor deze locatie is nog geen collectiedossier toegevoegd.
Voor deze locatie is nog geen collectiedossier toegevoegd.
Voor deze locatie is nog geen collectiedossier toegevoegd.
Voor deze locatie is nog geen collectiedossier toegevoegd.
Voor deze locatie is nog geen collectiedossier toegevoegd.
Voor deze locatie is nog geen collectiedossier toegevoegd.
Voor deze locatie is nog geen collectiedossier toegevoegd.
Voor deze locatie is nog geen collectiedossier toegevoegd.
Voor deze locatie is nog geen collectiedossier toegevoegd.
Voor deze locatie is nog geen collectiedossier toegevoegd.
Voor deze locatie is nog geen collectiedossier toegevoegd.
Voor deze locatie is nog geen collectiedossier toegevoegd.
Voor deze locatie is nog geen collectiedossier toegevoegd.
Voor deze locatie is nog geen collectiedossier toegevoegd.
Voor deze locatie is nog geen collectiedossier toegevoegd.
Voor deze locatie is nog geen collectiedossier toegevoegd.
Voor deze locatie is nog geen collectiedossier toegevoegd.
Voor deze locatie is nog geen collectiedossier toegevoegd.
Voor deze locatie is nog geen collectiedossier toegevoegd.
Voor deze locatie is nog geen collectiedossier toegevoegd.
Voor deze locatie is nog geen collectiedossier toegevoegd.
Voor deze locatie is nog geen collectiedossier toegevoegd.
Voor deze locatie is nog geen collectiedossier toegevoegd.
Voor deze locatie is nog geen collectiedossier toegevoegd.
Voor deze locatie is nog geen collectiedossier toegevoegd.
Voor deze locatie is nog geen collectiedossier toegevoegd.
Voor deze locatie is nog geen collectiedossier toegevoegd.
Voor deze locatie is nog geen collectiedossier toegevoegd.
Voor deze locatie is nog geen collectiedossier toegevoegd.
Voor deze locatie is nog geen collectiedossier toegevoegd.
Voor deze locatie is nog geen collectiedossier toegevoegd.
Voor deze locatie is nog geen collectiedossier toegevoegd.
Voor deze locatie is nog geen collectiedossier toegevoegd.
Voor deze locatie is nog geen collectiedossier toegevoegd.
Voor deze locatie is nog geen collectiedossier toegevoegd.
Voor deze locatie is nog geen collectiedossier toegevoegd.
Voor deze locatie is nog geen collectiedossier toegevoegd.
Voor deze locatie is nog geen collectiedossier toegevoegd.
Voor deze locatie is nog geen collectiedossier toegevoegd.
Voor deze locatie is nog geen collectiedossier toegevoegd.
SPOREN VAN GEVANGENSCHAP / OVER HET ARCHIEF
Historische documenten. Persoonlijke verhalen. Een geschiedenis die blijft.
Achter ieder document schuilt een menselijk verhaal. Een brief geschreven vanuit een gevangenis. Een bericht uit een concentratiekamp. Een dagboek waarin de onzekerheid van oorlog en gevangenschap voelbaar wordt.
Het zijn documenten die soms meer dan tachtig jaar bewaard zijn gebleven. Stille getuigen van een tijd waarin vrijheid, veiligheid en menselijkheid niet vanzelfsprekend waren.
Sporen van Gevangenschap brengt deze persoonlijke documenten samen in een digitaal historisch archief, met bijzondere aandacht voor Nederlandse gevangenen, concentratiekampen, gevangenissen en andere plaatsen van gevangenschap tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Achter iedere naam, datum en ieder gevangenenummer gaat een persoonlijk verhaal schuil. Wie was deze persoon? Waarom werd hij of zij gevangengezet? En wat gebeurde er met degenen die thuis achterbleven?
Met oorspronkelijke brieven, foto's, dagboeken en andere historische bronnen proberen we deze verhalen te reconstrueren. Niet iedere vraag kan worden beantwoord. Daarom maken we onderscheid tussen bevestigde feiten, mogelijke verbanden en vragen die nog onderzocht moeten worden.
Mijn belangstelling voor de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog, en in het bijzonder voor de mensen die in die periode hun vrijheid verloren, vormt het begin van deze verzameling.
Wat ongeveer twintig jaar geleden begon met het verzamelen van oorspronkelijke historische documenten, groeide langzaam uit tot een bijzondere particuliere collectie van brieven, dagboeken, foto's en andere tastbare herinneringen aan oorlog en gevangenschap.
Tijdens het verzamelen werd mij steeds duidelijker dat achter ieder document een persoonlijk verhaal schuilgaat. Een naam op een brief, een gevangenenummer of een haastig geschreven boodschap roept vaak meer vragen op dan antwoorden.
Juist die verhalen verdienen het om onderzocht en bewaard te worden.
Vanuit die overtuiging is Sporen van Gevangenschap ontstaan: een onafhankelijk historisch documentatie- en onderzoeksplatform dat de oorspronkelijke documenten toegankelijk maakt en bezoekers uitnodigt om samen de geschiedenis erachter verder te ontdekken.
Niet de verzamelaar staat centraal, maar de mensen van wie de documenten getuigen.
Misschien herkent u een naam, een handschrift, een adres of een gebeurtenis. Misschien bezit u zelf een brief, foto of dagboek dat aansluit bij een van onze dossiers.
Onderzoekers, nabestaanden, verzamelaars en andere geïnteresseerden zijn welkom om kennis en historische documenten te delen. Alle inzendingen worden zorgvuldig beoordeeld. Bijdragen worden nooit automatisch gepubliceerd, en de eigenaar kan zijn of haar originele documenten behouden.
Omdat achter ieder document een verhaal schuilt dat het verdient om onderzocht, bewaard en verteld te worden.
SPOREN VAN GEVANGENSCHAP / SAMEN ONDERZOEKEN
Achter iedere brief, foto of naam schuilt een verhaal. Misschien bezit u een document dat een ontbrekend stukje geschiedenis kan aanvullen. Wij nodigen onderzoekers, nabestaanden en verzamelaars uit om kennis en historische documenten met ons te delen.
Brieven, kaarten, foto's, dagboeken en andere oorspronkelijke stukken.
Een naam herkennen, informatie corrigeren of een bron aandragen.
Herinneringen en documenten verbinden aan de mensen in ons archief.
Vul hieronder alvast de gegevens van uw bijdrage in. Dit is een voorbeeld van de toekomstige inzendfunctie: zolang de website nog niet online is, worden gegevens of bestanden niet verstuurd of opgeslagen.
Iedereen kan bijdragen aan de geschiedenis. Sporen van Gevangenschap bewaakt de betrouwbaarheid van het archief.
Een klein boekje met de letters NSB op de omslag — en een groot aantal historische vragen. In de bewaarde oorlogsnotities komen namen, gebeurtenissen en verwijzingen naar vervolging en deportaties voor. Achter iedere vermelding kan een persoonlijk verhaal schuilgaan.
Wie waren de genoemde mensen? Wat is er met hen gebeurd? En wat vertellen deze aantekeningen over hun tijd?
De toeschrijving aan Johannes Hendriksen Groot en de relatie van de bijgevoegde foto tot de schrijver zijn nog onderwerp van onderzoek. We maken onderscheid tussen wat in de bron staat en wat onafhankelijk is bevestigd.